Sommige groentes spelen altijd een bijrol. Ze zijn lekker ergens op, naast of in, maar worden nooit eens in het zonnetje gezet. Radijs is zo’n groente. Lekker op een broodje kaas, naast een andere groente op tafel, of in een salade. Tijd om deze gezonde powergroente eens in de spotlights zetten!

In de moestuin is het een van de eerste groentes die je kunt oogsten en ook een van de makkelijkste groente om zelf te kweken. Deze knapperige en pittige knolletjes zijn superlekker uit eigen tuin, zoals eigenlijk alle groentes het lekkerst zijn als je ze zelf gezaaid hebt. Ik zaai er dus altijd veel van, meestal TE veel. En met weer eens zo’n gigantische oogst ga je dan op zoek naar andere manieren om ze klaar te maken.

Radijsjes kennen we allemaal wel als de gebruikelijke rauwkost. Maar je kunt er zoveel meer mee doen! Ik rooster ze bijvoorbeeld graag in de oven. Daarmee verandert de smaak en gaat de scherpte er een beetje af. En zo zet je de oude vertrouwde knolletjes eens op een hele andere manier op tafel. Ook lekker in een salade trouwens. Het is supersimpel, dus probeer het gewoon eens!

Ingrediƫnten

1 bosje radijsjes (of meer natuurlijk)

Gedroogde kruiden naar smaak, bv. venkelzaad of dille

een scheut olijfolie

peper en zout

Bereidingswijze

Verwarm de oven voor op 200 graden. Maak de radijsjes schoon en snij ze doormidden. Ik laat altijd een plukje groen zitten, dat staat zo leuk! Doe de radijsjes in een kom samen met een scheut olijfolie, de kruiden en peper en zout. Hussel alles goed, zodat elk radijsje bedekt is met een laagje olie. Spreid ze uit over een met bakpapier beklede bakplaat en rooster ze in de oven voor zo’n 20 minuten. Als de randjes bruin beginnen te kleuren zijn ze klaar. Lekker als snack, in de salade of als snack met een zachte mosterddip.